Zaden bevinden zich altijd achter of onder een bloem, of daar waar een bloem heeft gebloeid.
Kies de beste planten voor de oogst van zaden (gezond, groeikrachtig, rijk bloeiend)
Oogst bij voorkeur geen zaden van F1-hybriden want nakomelingen zullen niet hetzelfde zijn
Zorg dat een ras niet heeft kunnen kruisen met een ander ras (houd voldoende afstand tussen 2 rassen)
Oogst zaden rijp, of in ieder geval zo rijp mogelijk
Laat geoogst zaden op een luchtige, droge en warme plaats in huis drogen
Verpak en label de zaden en bewaar ze op een donkere, koele en droge plaats in huis.
Breng je overschot naar de zadenbib.
De informatie over het winnen van zaden bij bladgewassen verschilt per type plant (eenjarig vs. tweejarig) en per familie.
Hieronder vind je een helder overzicht voor de belangrijkste groepen bladgewassen:
Teeltcyclus: Sla vormt in het eerste jaar eerst een krop/bladroset en schiet later in het seizoen (zomer) door met een lange bloemstengel met kleine gele of paarse bloemetjes.
Bestuiving: Vrijwel volledig zelfbestuivend. Verschillende slarassen kunnen dicht bij elkaar staan zonder snel te krui
Oogsten van zaad:
Laat een aantal mooie, gezonde slaplanten (liefst 5 tot 10 voor genetische variatie) staan om door te schieten.
Na de bloei ontstaan pluizige 'puisjes' (vergelijkbaar met paardenbloemen).
Pluk de rijpe pluizige bolletjes zodra de zaden makkelijk loslaten, of knip de hele stengel af wanneer de helft van de zaadkopjes rijp is en laat deze op een droge, geventileerde plek (bijv. in een papieren zak) nadrogen.
Wrijf de gedroogde bloemkopjes tussen je handen en scheid het zaad van het pluis/kaf door te zeven en zachtjes te blazen (wanden).
Teeltcyclus: Spinazie is eenjarig en schiet snel door als de dagen langer en warmer worden (mei-juli).
Bestuiving: Spinazie is tweehuizig (er zijn mannelijke en vrouwelijke planten) en is een windbestuiver. Om achteruitgang van het ras te voorkomen, is het aan te raden om zaden van minimaal 20–30 planten te verzamelen.
Oogsten van zaad:
Laat een groepje spinazieplanten ongeoogst staan. De mannelijke planten maken stuifmeel aan; de vrouwelijke planten vormen de zaadclusters langs de stengel.
Zodra de planten in de hoogzomer (juli/augustus) geel/bruin worden en verdrogen, trek je de vrouwelijke planten met zaad uit.
Laat ze op een droge plek (op een krant of in een papieren zak) volledig indrogen.
Rits de harde zaadjes van de stengels af.
Teeltcyclus: Snijbiet is tweejarig. In het eerste jaar geeft de plant volop blad. Pas na de winter (na koude-inductie/vernalisatie) schiet de plant in de lente van het tweede jaar door tot wel 1,5–2 meter hoog.
Bestuiving: Windbestuiver. Snijbiet kruist makkelijk met andere snijbietrassen én met rode bieten/suikerbieten.
Oogsten van zaad:
Laat de planten de winter overstaan (bescherm eventueel tegen strenge vorst).
In de zomer van het tweede jaar vormen zich lange bloemstengels met zaadbollen (zaadkluwens).
In de nazomer (augustus/september) worden de stengels en zaadkluwens bruin en droog.
Snijd de droge stengels af en rits de harde, knoestige zaadkluwens van de stengels.
Andijvie:
Vormt prachtige blauwe/paarse bloemen wanneer ze doorschiet in de zomer.
Zaden rijpen in de uitgebloeide knoppen. Oogst de droge bloemknoppen zodra de zaden bruin/zwart zijn. Wrijf de knoppen open om het kleine zaad te verzamelen.
Rucola:
Schiet in de zomer heel snel door met witte of gele bloemetjes.
Vormt na de bloei kleine, smalle hauwtjes (peultjes).
Oogst de peultjes wanneer ze geel/bruin en droog zijn, vóórdat ze vanzelf openspringen en hun zaad verspreiden.
Teeltcyclus: In het eerste jaar oogst je het blad. Pas na het doormaken van de winter bloeit de plant in het voorjaar/de zomer van het tweede jaar met een scherm van kleine bloemetjes.
Oogsten van zaad:
Laat de planten in de tuin overwinteren.
In juli/augustus van het tweede jaar verkleuren de zaadschermen van groen naar geelbruin.
Knip de rijpende zaadschermen af zodra de zaden droog en bruin zijn.
Wrijf de zaden los boven een bakje of papieren zak.
Vorm: Kleine, ovale en licht geribbelde korrels.Kleur: Grijsbruin, dof groen of bruinachtig.Geur: Subtiel kruidig en aromatisch.
Uitgebreide uitleg:
📅 De Timing: Wanneer oogst je de zaden?
Doorschieten: Als je een slaplant in de zomer laat staan, vormt hij een lange stengel met allemaal kleine gele bloempjes (de plant gaat 'doorschieten').
Bloeiperiode: Sla bloeit meestal tussen juli en september.
Rijpingstijd: Na de bloei veranderen de gele bloempjes in kleine, pluizige 'pluisbolletjes' (net zoals bij een paardenbloem). Dit gebeurt zo'n 2 tot 3 weken na de bloei.
Het perfecte moment: Oogst zodra de eerste witte pluizenbolletjes verschijnen. Omdat niet alle zaden tegelijk rijp worden, kun je het beste elke paar dagen een beetje oogsten op een droge, zonnige middag.
✂️ Stappenplan: Hoe ga je te werk?
Oogstmetode 1 (Geleidelijk): Schud de doorgeschoten plant voorzichtig heen en weer boven een diepe emmer of grote papieren zak. De rijpe zaden met hun pluisjes vallen er zo in, terwijl de onrijpe zaden aan de plant blijven zitten.
Oogstmethode 2 (In één keer): Wanneer meer dan de helft van de bloemhoofden pluizig is, knip je de hele stengel af. Stop hem ondersteboven in een grote papieren zak en laat hem een week nadrogen op een warme, droge plek.
Dorsen (wrijven): Wrijf de pluizige bolletjes voorzichtig los tussen je handen om de zaden los te maken van het pluis en het kaf.
Schonen: Sla heeft hele lichte zaden. Blaas heel voorzichtig over de schaal om de pluisjes en het lichte kaf te scheiden van de zwaardere, langwerpige slazaden (die wit, grijs, bruin of zwart kunnen zijn, afhankelijk van het ras).
Vorm: Kleine, ovale en licht geribbelde korrels.Kleur: Grijsbruin, dof groen of bruinachtig.Geur: Subtiel kruidig en aromatisch.
Uitgebreide uitleg:
📅 De Timing: Wanneer oogst je de zaden?
Tweejarig proces: Peterselie vormt in het eerste jaar alleen blad. In het tweede voorjaar schiet de plant door en vormt hij schermbloemen.
Bloeiperiode: Peterselie bloeit meestal in juni en juli van het tweede jaar met kleine geelgroene schermbloempjes.
Rijpingstijd: De zaden rijpen in de loop van augustus tot september.
Het perfecte moment: Kijk goed naar de schermbloemen. Zodra de groene zaden veranderen in een grijsbruine tot donkerbruine kleur en droog aanvoelen, zijn ze rijp. Oogst op een droge, zonnige middag.
✂️ Stappenplan: Hoe ga je te werk?
Afknippen: Knip de hele rijpe bloemschermen met een schone schaar af. Laat een stukje stengel aan het scherm zitten.
Nadrogen: Peterseliezaden rijpen vaak ongelijkmatig. Leg de schermen een paar dagen tot een week te drogen op een krant of stop ze ondersteboven in een grote papieren zak op een droge, geventileerde plek.
Dorsen (losmaken): Wrijf de droge schermpjes voorzichtig tussen je handpalmen boven een schaal (of schud de papieren zak krachtig heen en weer). De kleine rijpere zaden vallen er nu heel makkelijk af.
Schonen: Verwijder de kleine takjes en het fijne kaf met de hand, of blaas er heel voorzichtig over zodat de lichte restanten wegwaaien.
🔍 Waar moet je extra op letten?
Ongelijkmatige rijping: De buitenste zaden van een scherm zijn vaak eerder rijp dan de binnenste. Je kunt wachten tot de meeste zaden bruin zijn, of in meerdere